Europese verkiezingsprogramma’s onder de loep: wat zijn de heetste digitale hangijzers?

Waar de krantenkoppen en talkshows zich nog dagelijks toespitsen op de totstandkoming van een nieuw kabinet in Nederland, wachten ons intussen de volgende verkiezingen: die voor het Europees Parlement op 6 juni aanstaande. Meerdere partijen besteden in hun Europese verkiezingsprogramma’s behoorlijk wat aandacht aan digitale onderwerpen. Sommige zelfs verrassend veel: zo besteedt de VVD maar liefst vierenhalve pagina aan “de moderne mens”. Reden genoeg om de digitale standpunten van de partijen eens onder de loep te nemen: wat zijn onze verkiesbare landgenoten van plan als zij een zetel weten te bemachtigen in de Leopoldruimte?

Een behoorlijk aantal partijen heeft het (concept)verkiezingsprogramma voor 6 juni al gepubliceerd. Grote partijen als GroenLinks-PvdA, VVD en NSC besteden daarin de nodige aandacht aan digitale ontwikkelingen. Maar ook het programma van Volt is de moeite waard. Welke digitale onderwerpen komen allemaal aan bod in de programma’s?

Open source
Open source is een van de normen voor digitale overheidstoepassingen in de Sociale Digitale Standaard (SDS) van Stichting Digitaal Burgerschap Nederland (DBN), ten behoeve van transparantie en controleerbaarheid. Volt en GroenLinks-PvdA ondersteunen die norm en willen open source afdwingen voor alle software die in opdracht van de overheid wordt ontwikkeld dan wel medegefinancierd. “Dat maakt overheden minder afhankelijk van techgiganten en stimuleert voornamelijk Europese kleine en middelgrote IT-bedrijven die deze software op een open manier ontwikkelen en onderhouden”, aldus GL-PvdA. Volt wil ook dat alle overheidsdiensten in de EU op elkaar zijn aangesloten.

Technologie en democratie
Partijen besteden veel aandacht aan de relevantie van technologische ontwikkelingen voor het functioneren van de democratie. In de Sociale Digitale Standaard schrijft DBN voor dat de burger altijd moet kunnen inzien welke gegevens worden gebruikt door de overheid en hoe met die gegevens een besluit tot stand komt. GL-PvdA stelt duidelijke grenzen te willen stellen aan “onethische technologieën” die leiden tot discriminatie, mensenrechtenschendingen of surveillance en wil daarom een EU-verbod op risicoprofilerende algoritmen. Zowel GL-PvdA als de VVD noemen het toeslagenschandaal als voorbeeld hoe het mis kan gaan wanneer algoritmes onverantwoord worden ingezet door de overheid. Het CDA pleit voor een aantal uitgangspunten die ook in de SDS van DBN naar voren komen; zo wil de partij dat “niet-digitale diensten” beschikbaar blijven als alternatief voor digitale overheidsdiensten en moeten er toegankelijkheidseisen voor digitale dienstverlening komen, zodat ook mensen met een beperking er goed gebruik van kunnen maken.

De digitale economie
Veel partijen zien duidelijk een belang in het helder reguleren van de digitale economie. GL-PvdA vindt het hoog tijd voor een toezichthouder “met serieuze tanden, kennis en budget” die Europese digitale wetgeving handhaaft. GL-PvdA richt de pijlen vooral op grote techbedrijven. D66, VVD en NSC verkondigen soortgelijke boodschappen. Zo pleit NSC voor “strikte toepassing” van de Digital Services Act, Digital Markets Act en AI Act. Volt heeft aandacht voor het midden- en kleinbedrijf (mkb), waarvoor een Europese one-stop-shop moet komen die kleinere bedrijven helpt door de Europese bureaucratie te navigeren. Ook de VVD vindt dat wet- en regelgeving moet worden versimpeld om het ondernemingsklimaat te versterken. De acht verschillende cyberwetten van de EU zijn er wat de VVD betreft te veel. De liberalen vinden ook dat we in ons onderwijs meer aandacht moeten besteden aan digitale vaardigheden, zodat de volgende generaties goed kunnen meedraaien in de digitale economie.

Digitale identiteit
De EU Digital Identity Wallet, het systeem waarin iedere EU-burger een unieke digitale EU-identiteit krijgt, is al even in ontwikkelingen. Als het aan Volt en D66 ligt wordt het systeem zo snel mogelijk uitgerold, mits de gebruiker de controle over zijn of haar gegevens houdt en gegevensopslag decentraal en goed beschermd plaatsvindt. De ChristenUnie en NSC zijn terughoudender. CU vindt dat “je persoonsgegevens van jou zijn, niet van een bedrijf of van de staat”. De partij van Pieter Omtzigt wijst op de gevaren van de digitale identiteit: “Het risico dat dit leidt tot big brother-scenario’s en misbruik door overheden of techbedrijven is reëel”. Bovenstaande is slechts een greep uit de digitale onderwerpen die in de verkiezingsprogramma’s voor het Europees Parlement aan bod komen. Zo is er ook veel aandacht voor de impact van kunstmatige intelligentie (AI), digitale autonomie, desinformatie en cyberveiligheid. Samengevat tonen de Europese verkiezingsprogramma’s een sterke focus op een paar digitale onderwerpen, met significante en deels overlappende standpunten van de verschillende partijen. De meest opvallende en belangrijke standpunten:

  • Open source: Volt en GL-PvdA willen overheidssoftware open source maken voor meer transparantie en minder afhankelijkheid van big tech.
  • Technologie en democratie: pleidooi voor EU-verbod op discriminerende algoritmen door GL-PvdA; aandacht voor de invloed van technologie op democratische processen.
  • Regulering digitale economie: GL-PvdA en NSC dringen aan op strenge digitale marktregulering; VVD wil simplificatie voor beter ondernemersklimaat.
  • Digitale identiteit: D66 en Volt steunen snelle uitrol Digital Identity Wallet, met focus op privacy; CU en NSC uiten privacyzorgen.
  • AI en cyberveiligheid: brede consensus over belang AI-regulering en cyberveiligheid voor toekomstbestendige samenleving.

Op het moment van schrijven hebben nog niet alle partijen hun Europees (concept)verkiezingsprogramma gepresenteerd. Lees hieronder verder in de programma’s die al wel beschikbaar zijn.

Vorig nieuwsberichtVolgend nieuwsbericht