In een tijd waarin burgers hun overheidszaken in toenemende mate online kunnen of zelfs moeten regelen is het fijn dat mensen terecht kunnen bij zogeheten Informatiepunten Digitale Overheid. Je vindt ze in de lokale bibliotheek, wijkcentra of op andere locaties met een maatschappelijke functie, zo’n 800 zijn het er. Dat het kabinet bezuinigt op deze Informatiepunten leidt tot gefronste wenkbrauwen bij met name GroenLinks-PvdA en de SP. Dat bleek afgelopen maand tijdens het wetgevingsoverleg Digitalisering in de Tweede Kamer, waarin alles wat met digitalisering van doen heeft in de Rijksbegroting voor 2025 werd besproken met staatssecretaris Zsolt Szabó (Digitalisering en Koninkrijksrelaties).

Hoe er precies wordt bezuinigd op het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) is een ingewikkeld verhaal. De IDO’s worden gesubsidieerd door gemeenten, maar daarvoor krijgen gemeenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een specifieke uitkering – in jargon: een SPUK. In de plannen van het kabinet is een bezuiniging op de SPUK’s van 10% voorzien vanaf 2026, ook op de SPUK voor het Informatiepunt Digitale Overheid. Staatssecretaris Szabó stelt dat de 10% niet ten koste gaat van de dienstverlening aan burgers, omdat de bezuiniging gepaard gaat met een vermindering van administratieve en financiële lasten voor gemeenten. Zij krijgen namelijk meer vrijheid om de SPUK’s naar eigen inzicht te besteden.
‘Zorg voor een alternatief kanaal voor contact met de overheid’
De partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum zijn er niet gerust op. “Gemeenten zelf zeggen nu al dat ze het geld anders gaan besteden”, zo bracht GL-PvdA-Kamerlid Barbara Kathmann in tijdens het digitaliseringsdebat in de Kamer. Volgens haar laat het kabinet de Informatiepunten bungelen. “Een kwart van de vragen bij de IDO’s gaat alleen al over het inloggen op je DigiD. Mensen worden uit de brand geholpen bij die IDO’s en kunnen weer verder met hun leven”, zo onderstreepte Kathmann het belang van de IDO’s in de digitale dienstverlening van de overheid aan de burger.
De SP deelt nadrukkelijk de zorgen van GroenLinks-PvdA over de IDO’s en kijkt ook in bredere zin kritisch naar digitale overheidsdienstverlening. De partij vindt dat er altijd een niet-digitaal alternatief moet zijn in de communicatie tussen burger en overheid, een uitgangspunt dat overigens ook is terug te vinden in de Sociale Digitale Standaard van Stichting Digitaal Burgerschap Nederland (DBN). “Er zou ook een recht op persoonlijk contact met een bestuursorgaan of uitvoeringsorganisatie moeten komen”, aldus SP-Kamerlid Michiel van Nispen. Ook de ChristenUnie bepleit dat er “altijd toegankelijke en gebruiksvriendelijke alternatieven beschikbaar zijn.” Staatssecretaris Szabó gaf overigens aan zich daar wel in te kunnen vinden.
Tijd voor een ‘gouden standaard’
GroenLinks-PvdA vindt het hoog tijd voor een “gouden standaard voor goede digitale diensten”, voor de overheid, maar ook voor sectoren als zorg en onderwijs. Over zo’n standaard wil Barbara Kathmann in januari graag verder in gesprek met staatssecretaris Szabó tijdens het debat over Digitale inclusie.
Overheidswebsites zelf werden tijdens het digitaliseringsdebat aangehaald als voorbeelden van hoe het niet moet. ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder sprak zijn teleurstelling uit over het feit dat slechts 6% van de websites volledig toegankelijk is. VVD-Kamerlid Martijn Buijsse ergert zich aan de rommelige ordening van overheidswebsites en pleit ervoor deze onder te brengen onder één koepel à la gov.uk. Szabó kan zich in beide opmerkingen vinden. Hij gaat meer eisen van overheden op het gebied van toegankelijke websites en wil zich ervoor inzetten overheidsdienstverlening samen te brengen onder één loket. Daarbij haalde hij gov.uk en borger.dk als voorbeelden aan.
‘Substantieel meer geld voor digitalisering’
Verder kon Szabó de Kamer niet veel concrete beloften doen en verwees hij veel door naar zijn nieuwe Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die komend voorjaar gepubliceerd wordt. Niettemin gaf Szabó blijk van een heldere visie op digitalisering. Hij onderstreepte de uistpraak van premier Dick Schoof in de Algemene Beschouwingen dat er substantieel meer geld bij moet voor digitalisering. Szabó wil toewerken naar een “digitaal huis van Thorbecke”, waarin “streepjes en steentjes dotted lines” worden.
Over het Informatiepunt Digitale Overheid kon Szabó nog geen klare wijn schenken. “Hoeveel van die IDO’s hebben we nodig? Wat is het meest efficiënt? Misschien moeten er meer komen of kun je ze concentreren. Dat soort dingen moeten we allemaal bekijken”, aldus de staatssecretaris, die de Kamer wel beloofde dat de dienstverlening aan burgers in stand blijft. Een motie van de SP en GL-PvdA over het op peil houden van financiering voor de IDO’s en een amendement van GL-PvdA over het verhogen van de middelen voor de Informatiepunten hebben na het digitaliseringsdebat overigens geen meerderheid gehaald in de Tweede Kamer.
De Nederlandse Digitaliseringsstrategie van staatssecretaris Szabó verschijnt naar verwachting eind Q1 of begin Q2 2025. Stichting DBN schreef al een korte vooruitblik op de strategie.
